Verbrugghen

De vaste trainingsplaats en uitvalsbasis van onze vereniging is het domein Verbrugghen. Leo De Rijck omschrijft dit prachtige natuurdomein en zijn rijke geschiedenis hieronder:

  Overzicht:
  -Fons De Donder
  -Duivelsputten
  -Natuur
  -Historiek
  -Looppiste

Fons van ’t kasteel

‘s Zomers stoeien nog steeds vrolijk de kinderen in het jeugddomein van de abdij Affligem, terwijl atleten en recreatiesporters als vlugge hazen door dit aards paradijs lopen. Over deze brok ongerepte natuur, alsook over al dat jeugdig gedoe, waakte Fons De Donder (1892- 1972) vele jaren. Hij wist heel wat te vertellen over het verleden van ‘t kasteel en omgeving. Echt prettig was het ’s winters, knusjes bij een warm kachelvuurtje en ‘t poffen van kastanjes op de stoofbuis, te luisteren naar Fons. Tal van straffe verhalen over de akelige “Duivelsputten” diste hij dan op, terwijl hij de gezelligheid wist te verhogen door een houtklomp op het vuur te werpen. In de zomer bracht Fons zijn verhalen aan de man, gezeten op een bank onder één van de kolossale beuken en liet zich intussen trouw vergezellen van een pint heerlijk patersbier. Met deugd sprak hij dan over die goede oude tijd, toen het echte kasteel nog bestond, waarmee hij vergroeid was. Vanaf zijn tiende levensjaar was hij immers koeter bij de heren Verbrugghen.

“Meer dan honderd jaar geleden...” aldus Fons, “kwam een voorname heer De Smet bij een ritje met zijn paard op de Boekhoutberg gegaloppeerd. Boven op de berg kwam hij zodanig onder de indruk van het weidse landschap en de prachtige omgeving, dat hij uit het zadel wipte en spontaan zijn wandelstok in de grond stak met de woorden: “Hier bouw ik mijn kasteel”. Een weinig later troonde hij de dames en hun ganse gevolg naar deze plaats. Iedereen was enthousiast over dit plekje hemel op aarde, op de grensscheiding tussen Oost-Vlaanderen en Brabant. Weldra verrees hier uit de grond een heel mooi kasteel, dat ingedeeld was in het gastenkwartier en het herenhuis, bestaande uit drie verdiepingen en platform. Het geheel werd verbonden met een unieke glazen brug, getooid met druivenranken.”
Fons voegde hier telkens aan toe dat hij langs Brabant binnenkwam en in Vlaanderen moest gaan slapen. Gezien de Aalsterse familie hoog in aanzien was in de pas opgerichte Belgische Staat, kwam ook koning Leopold I hier op bezoek en vond deze plaats zo sprookjesachtig mooi. Hij liet zich trouwens de woorden ontvallen: “Spijtig dat mijn residentie in Brussel moet gevestigd zijn, anders bouwde ik hier mijn paleis”.

Top

Duivelsputten

Vertellen over de “Duivelsputten” was wel het stokpaardje van Fons. Het is ook grotendeels de schuld van Fons en zijn vertellingen dat lange tijd de mensen deze oude veroordelingplaats schuwden als vervloekt. De gedachte aan de hartverscheurende en afgrijselijke gebeurtenissen boezemde iedereen angst in. Alzo verhaalde Fons dat de dwaalgeesten der misdadigers, die hier aan de galg de dood vonden, al huilend in de bossen rondzwierven en er de vervloeking brachten. Dit hels gehuil en gekerm, dat na enkele ogenblikken stilte herbegon, bracht een algemene verslagenheid teweeg en niemand waagde het dit onheilspellend geklaag te benaderen. Als toemaatje vertelde Fons dat er boven het moeras van de duivelsputten ‘s nachts dansende dwaallichtjes te zien zijn.

Na het overlijden van “Meneer Henri” (Fons betitelde hiermede de heer Henri Verbrugghen) in 1937, werden de aktes verleden, waardoor het prachtige domein aan de abdij Affligem werd gelegateerd. De abdij wist eerst niet wat aanvangen met het ganse goed. Zelfs werden er plannen gesmeed om daar in die gezonde omgeving de kliniek van Aalst te bouwen. Fons heeft aldus de zusters een tijdje als oversten gekend. in 1942 werd het domein dan in gebruik genomen door de Vrije Technische Scholen van Aalst. De studenten werden gelast met de afbraak van het mooie, maar moeilijk te onderhouden kasteel. Daarna kreeg het domein het aanschijn van een jeugdcentrum met paviljoenen. Dom Robert Demuynck (1900-1982) van de abdij Affligem, als beheerder en Fons hadden iedere zomer hun handen vol toen het jeugdig geweld uit alle hoeken van het land de poort van het kasteel binnenstormde. Maar alles liep vlot van stapel, want Dom Robert en Fons konden het best met elkaar stellen. Fons genoot bovendien de vriendschap van al de vakantiegangers en werd stilaan een beroemdheid, want door duizenden kinderen werd Fons over gans het land meegedragen als de held uit hun vakantieverhaal.

Top


Natuur

Als natuurmens hield Fons van zijn werk. Met het snoeien van de bomen en hagen kon men hem steeds bezig zien. De bomen waren hem heilig en met trots wees hij kanjers van beuken aan die meer dan vijfhonderd jaar oud waren. Fons kon het niet laten, maar hij dronk toch zo gaarne patersbier. Op zekere dag kwam de nieuwe onderpastoor van Hekelgem, EH. Frans Hellinckx (1934-2004), op het domein. Hij riep van ver naar Fons: “Geen paters hier?”. Fons knikte heftig ja en kroop meteen in de kelder. Even later kwam hij triomfantelijk naar boven met een fris patersbier. Sindsdien maakte de onderpastoor het Fons steeds duidelijk of hij een pater in levende lijve wenste of een patersbier.
Onder de atleten was Fons ook gaarne gezien, want hij was min of meer hun verzorger. Zijn eerste contact met de atletieksport was voor hem echter een nare ervaring.
Roger Moens trainde veelvuldig in deze mooie omgeving en woonde trouwens niet zo ver van het goed. Roger had nu de gewoonte zijn opwarmingsoefeningen te houden op het voetbalplein van het domein. Zo kwam het dan ook dat Fons van boven op het kasteel ginds iemand zag spartelen, liggend op zijn rug. Fons holde in allerijl de berg af met de gedachte dat iemand ginds een beroerte gekregen had. De verschrikte Roger kreeg de vraag te horen “Zijde gij nie goed?”
Sindsdien wist Fons maar al te goed wat sport was en opwarmingsoefeningen. Hij kende veel beroemde atleten en zij hem. Zelf heeft hij natuurlijk nooit aan sport gedaan, tenzij dansen toen hij jong was. Veel oudjes wisten nog te vertellen dat Fons in zijn tijd, vooral in de “madelon-tijd”, een galante danser was. Die goede Fons wordt nu nog door iedereen die hem gekend heeft hard gemist in het domein...
Niet alleen de straffe verhalen van Fons van 't Kasteel maakten deze plaats griezelig, maar ook de omgeving leende zich uitstekend tot het brengen van een halloweendecor met de “Duivelsputten”.
‘s Avonds ziet men het silhouet van de vervallen molen, palend aan het goed. Om in de duivelssfeer te blijven wordt deze graanwindmolen (1827) ook nog “Zwarte Molen” genoemd. Ook de bij wind krakende en kreunende bomen, en de toverachtige duiventoren dragen het hunne bij.

Top


Historiek

Wat is er nu allemaal historisch van aan? Volgens de rechtspleging in voege in het oude hertogdom Brabant, waren de heren van Asse gemachtigd uitspraak te doen in alle gerechtszaken. Het behoorde zelfs tot hun bevoegdheid de doodstraf uit te spreken voor moorden en andere grote misdaden op het grondgebied gepleegd, doch de uitvoering hiervan was de vorst voorbehouden. Deze duidde een geschikte plaats aan, gewoonlijk aan één van de uiteinden van zijn grondgebied, om tot deze akelige strafuitvoeringen over te gaan. Hekelgem is steeds de verst gelegen plaats geweest van het hertogdom en de Boekhoutberg het meest gewestelijk punt. Daarom werd de Boekhoutberg als bijzondere plaats voor de ter dood veroordeelden van Brabant aangewezen en timmerde men hier de galg. Uit de kronieken blijkt dat reeds in het jaar 1409 een zekere Cornelius Hautiek, voor de vierschaar van Asse ter dood veroordeeld en op de Boekhoutberg gehalsrecht werd. Kreeg Comelius Hautiek de beklagenswaardige eer de eerste te zijn, dan kreeg hij ontelbare navolgers, in deze streek rijk aan struikrovers. Zelfs in zover dat in 1460 wegens het veelvuldig gebruik een nieuwe galg werd gemaakt. Niet alleen werden hier misdadigers opgeknoopt, maar sommigen ondergingen als het manslag betrof hun straf door het zwaard. Tot het begin van de XVIIe eeuw hingen de gerechtsplaats en de omliggende heidegrond van Boekhoutberg rechtstreeks af van de hertog van Brabant. Door de vergunningsbrieven van 15 april 1630 werden deze door de Souvereine Raad van Brabant in erf gegeven aan madame Marie de Cottereau van de heerlijkheid Asse, die moest voorzien in het onderhoud van het schavot. Deze verbintenis is van kracht gebleven tot de Franse Revolutie, aangezien de galg nog bestond in het jaar 1790. Het hout van de galg werd omtrent 1794, na de invoering van de guillotine, openbaar te koop gesteld. Na herhaalde oproepen werd eindelijk een inwoner van Hekelgem gevonden die zich de verscheidene stukken van dit luguber moordtuig voor enige stuivers aanschafte om ze te gebruiken als houtwerk voor zijn hopast. Recent werd zelfs beweerd dat een houtwerk van de galg ontdekt werd in de muur van een schuur in de Terlindenstraat. De vroegere standplaats van het schavot van de Boekhoutberg tekent zich ten huidge dage nog steeds af, zelfs bestaan nog enige van de eeuwenoude beuken die eertijds in een kring de galgendries omringden.

Het moet omstreeks 1850 geweest zijn dat die zekere heer De Smet, uit het verhaal van Fons, hier zijn kasteel bouwde en een park aanlegde. Eugène de Smet (Aalst 31.05.1787 - Gavre 18.01.1872) vinden we op de lijst van de parlementairen in de senaatsbibliotheek terug. Deze kasteelheer was ook “ancien membre du congrés national”. De gedachte aan de afgrijselijke gebeurtenissen boezemt natuurlijk menigeen nog angst in. Het is uit deze overlevering dat de bossen, die zich aan de voet van de Boekhoutberg bevinden de benaming gekregen hebben van “Duivelsputten”. Naar men verhaalt, werden daarin de lijken van de gehalsrechten gestort. Het zijn oude steengroeven, die eertijds een schone witte steen opleverden en sedert eeuwen niet meer ontgonnen werd. Wanneer mag ondergetekende jullie eens uitnodigen om daar een nachtelijk bezoekje te brengen? Dan kan je zelf de dansende dwaallichtjes zien... Echt waar !!!

Top


Looppiste

De looppiste op het domein is steeds een trainingsbasis geweest voor vele atleten om grote prestaties te verrichten. Zoals gezegd was dit het geliefd trainingsoord van onze wereldrecordhouder 800 m Roger Moens, ook van de kampioenen Albien Van Holsbeeck, Willy Cocquereaux, Armand Bauters, Florent Van Holsbeeck, Frans Wille, Jozef Pollet, Free Van Nieuwenhove, Frans Callebaut, Willy Permentier, Gaston De Ridder, Willy Van Mulders, Herman Van Schuerbeeck, André Van der Borght, Herman Parmentier, Raymond Van Paemel, Emiel Verkammen, Gerard Ulin, Anne-Marie Van Nuffel e.a. Een geijkte uitdrukking was bij hen: we gaan trainen “Op ’t kasteel”.


In 1953 werd een atletiekclub boven de doopvont gehouden: de “Florent Van Holsbeeck” vrienden onder de paars- witte kleuren van RSC Anderlecht. Het heeft spijtig genoeg nooit goed kunnen boteren met de bij voorkeur Franssprekende heren van Anderlecht. In 1961 werd een kordate beslissing genomen en kwamen de Hekelgemnaren op eigen benen te staan.

De veldloop van de abdij van Affligem kende steeds bijval en de meeste veldlopen werden georganiseerd op het domein “Verbrugghen”.
Zelfs tot 1984 werd de jaarlijkse veldloop ingericht (32ste), waarna tot driemaal toe het regionaal veldloopkampioenschap en zelfs het militair nationaal kampioenschap. In de zomer werden er op het domein pistemeetings georganiseerd en de bestuursleden van de Hekelgemse atletiekclub dwongen bewondering af door het aanleggen van een sintelbaan.

Het moet in 1968 geweest zijn dat edelmoedige vrijwilligers onder een snikhete zon de greppels uitdiepten en ook voorzagen van draineringbuizen. Op een foto bij een krantenknipsel van toen bemerken we o.a. Willy Cocquereaux, Felix Van den Brande, Fred Van Mulders, Willy Vermoesen, Frans Van Hove, Alfons Bruyninckx, Albert Meert, Albert Permentier, Petrus Uytersprot, Eugeen De Roeck, Leopold De Braekeleer, Jean Louis, Louis De Bisschop, Alfons De Rijck, Jozef De Paepe… en dat onder aanmoediging van burgemeester Alfons t’Kint en Dom Robert Demuynck. De Bloso “Gezinskilometer” werd eveneens een geslaagde activiteit op deze piste. In voorbereiding van de Olympische Spelen van Mexico (1968) en München (1972) werd een steeple-chase voor Albien Van Holsbeeck gebouwd op de zijkant van de piste.


De piste werd de laatste jaren enkel nog benut door de Affligemse Recreatie Sporters, maar kwam in verval.

In functie van de organisatie van de succesvolle “start-to-run” werd thans de piste grondig heraangelegd door de recreatiesporters o.l.v. Hugo Vermeiren (zie ook fotoalbum) en mag april 2008 ook in de geschiedenis van het domein vermeld worden als memorabele datum.

Tekst: Leo De Ryck

Top

 

AGENDA

Bezoekers
sinds 23/02/08